Egbert Kuipers: meer dan veertig jaar inzet en leeft voor Blauw Wit
Hoe het begon
Bij Blauw Wit ’34 is Egbert Kuipers al meer dan veertig jaar een vertrouwd gezicht. Geboren in 1952 en zelf ooit actief voetballer, kwam hij via zijn zoon in 1984 bij de club terecht. Eerst als assistent bij de jeugdopleiding, daarna in talloze andere rollen: jeugdtrainer, grensrechter, kantinebeheerder en tegenwoordig als vrijwilliger bij het Passend Voetbal en inkoop voor de kantine. Zijn betrokkenheid groeide mee met zijn gezin en is sindsdien nooit meer weggegaan.
Waarom hij dit doet
Egbert is van nature een bezige bij. Zelfs in de tijd dat hij veertig uur per week werkte, maakte hij nog twintig tot vijfentwintig uur vrij voor Blauw Wit. “Voetbal, de kantine, het samen zijn – ik vond het allemaal leuk,” vertelt hij. Inmiddels is hij gepensioneerd en ziet hij zijn vrijwilligerswerk als een waardevol uitje. “De motivatie is er altijd geweest. Het hoort gewoon bij mijn leven.”
Momenten die hem bijblijven
Een van de mooiste herinneringen komt uit het Passend Voetbal. Egbert vertelt hoe een jongen, Sigel, tijdens een training bij een corner bij de eerste paal moest gaan staan. Nadat de aanval voorbij was, stond hij er nog steeds trouw. “Waarom sta je hier nog?” vroeg Egbert verbaasd. Het antwoord: “U zei toch dat ik bij de eerste paal moest blijven staan?” Zo’n puur en ontwapenend moment maakt dit werk voor hem onvergetelijk. Ook de avonden in de kantine beschouwt hij als hoogtepunten: “Gezellige mensen, teams die blijven hangen, vaak tot laat. Het hoort allemaal bij de club.”
Wat het voor hem betekent
Voor Egbert levert vrijwilligerswerk vooral veel voldoening en waardering op. De sociale contacten, het plezier van de jongeren bij Passend Voetbal en het gevoel dat hij echt iets kan bijdragen, maken dat hij elke keer weer met een goed gevoel naar huis gaat. “Je leert bovendien altijd bij,” legt hij uit. “Hoe je dingen zegt, hoe je met mensen omgaat, daar word je zelf ook beter van.”
De kracht van de club
Volgens Egbert kan Blauw Wit ’34 niet zonder vrijwilligers. Van trainers tot kantinemedewerkers, van veldonderhoud tot het ophalen van rommel: het draait allemaal op inzet van leden. “Je kunt niet overal mensen voor betalen. Vrijwilligers zijn de ruggengraat van de club,” benadrukt hij. En daarbij hoort ook de juiste instelling: samen werken voor het geheel, zonder jezelf op de voorgrond te zetten.
Zijn boodschap voor jou
Egbert is duidelijk richting mensen die twijfelen om vrijwilliger te worden: “Iedereen heeft wel een paar uurtjes in de week over. Al is het maar drie uur in de kantine, eens in de zes weken. Elke bijdrage helpt, en hoe meer mensen meedoen, hoe lichter het voor iedereen wordt. Je krijgt er plezier, waardering en mooie herinneringen voor terug.”
Kom bij de club